Vlaamse Miniaturen

De historische context

 

In 1369 vindt het huwelijk plaats tussen Filips de Stoute, hertog van Bourgondië en broer van de Franse koning Karel V, en Margaretha, dochter en enige erfgename van Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen. De dood van de laatste in 1384 betekent voor de Zuidelijke Nederlanden het begin van de Bourgondische periode. Margaretha en haar man erven het graafschap. Door een strategische huwelijkspolitiek, erfenissen en bij tijd en wijle een oorlog slagen Filips de Stoute (1384-1404) en zijn opvolgers, Jan zonder Vrees (1404-1419), Filips de Goede (1419-1467) en Karel de Stoute (1467-1477), er in geleidelijk het grootste deel van de Nederlanden aan hun bezit toe te voegen.



Al ruim vóór de regering van Filips de Stoute zijn de Nederlanden zeer welvarend. De Nederlandse gewesten kennen een stedendichtheid die enkel met Italië te vergelijken is. Vanaf de 12de eeuw vormen de Vlaamse steden centra van de lakennijverheid. De hiermee verbonden commerciële activiteiten vormen de basis van de rijkdom van het graafschap. Als gevolg van de afname van de vraag naar het Vlaamse laken concentreren de steden zich in de 15de eeuw op de productie van luxeproducten, zoals o.m. handschriften. Dankzij deze flexibiliteit weten de Zuidelijke Nederlanden hun positie op de internationale markten te handhaven.

De institutionele hervormingen van de Bourgondische hertogen hebben vooral een centralisatie van het bestuur op het oog. Met name Filips de Goede en Karel de Stoute raken daardoor in conflict met de Vlaamse steden met hun lange traditie van stedelijke autonomie.   De geschiedenis van de verhoudingen tussen de Bourgondische hertogen en de steden in het graafschap Vlaanderen wordt gekenmerkt door hevige conflicten en krachtmetingen. Brugge, Gent en Ieper doen op de beurt van zich spreken. telkens valt het conflict uit in het voordeel van het centraal gezag. De privileges die Maria van Bourgondië (1477-1482) na de plotselinge dood van haar vader, Karel de Stoute, aan de steden en vorstendommen moest verlenen in ruil voor financiële steun, werden tamelijk snel door haar man, Maximiliaan van Oostenrijk, weer ingetrokken.

Op het terrein van de buitenlandse politiek blijft de geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden nauw verbonden met de Honderdjarige Oorlog. De politieke banden met Frankrijk en de economische betrekkingen met Engeland blijken moeilijk verzoenbaar. De vaak gespannen verhoudingen tussen de hertogen van Bourgondië en hun leenheren, de Franse koningen, beheersen de politieke scène gedurende de gehele 15de eeuw.

De dood van Maria van Bourgondië in 1482 betekent het symbolische einde van de Bourgondische periode. Na de 'overgangsregering' van haar zoon Filips de Schone (1482-1506) komen de Nederlanden aan het Habsburgse rijk van Karel V (1506-1555). Een rijk 'waar de zon nooit onder gaat'.