Vlaamse Miniaturen

Heraldiek: wapens, devises en emblemen

Naar Michel Pastoureau. Volledige tekst in de catalogus van de tentoonstelling.

 

Heraldische wapens verschijnen in de loop van de 12de eeuw bij veldslagen en toernooien, eerst individueel en enkel voorbehouden aan wie actief aan de strijd deelneemt. Op zegels vormden ze het voornaamste motief; zo breidde hun gebruik zich snel uit naar de vrouwen, de clerus, de stadsbewoners, de ambachtslieden en in sommige streken zelfs tot de boeren. Iets later namen ook gemeenschappen en morele personen een wapen aan: steden, ambachten, religieuze gemeenschappen, instellingen en administratieve diensten. Op het einde van de middeleeuwen is het gebruik van het heraldische wapen gemeengoed in de gehele Europese samenleving. Het is een identiteitsteken dat ook als bezitsmerk en als sierelement dient.
Een nieuwe emblematiek verschijnt vanaf de 14de eeuw: de badges en de devises, formules die boeken en kleding versieren; dan de mode van de initialen, codes en monogrammen. Een heraldische en emblematische overdaad die zijn hoogtepunt bereikt aan het Bourgondisch hof in de 15de eeuw.


Het hoogtepunt van de heraldiek

In de Zuidelijke Nederlanden beleeft het voeren van een wapen een eerste hoogtepunt in de 15de eeuw. Een belangrijk deel van de bevolking maakt er gebruik van, wellicht 8 tot 10 % van de mannen: dit is een zodanig hoog cijfer dat het een soort ‘Europees record’ vormt. Hier kan een algemeen misverstand rechtgezet worden, die elke historische grond mist, nl. dat alleen de adel recht zou hebben op een wapen. Het voeren van een wapen is op geen enkel moment, in geen enkele streek, het alleenrecht geweest van één sociale klasse. Ieder individu, iedere familie, iedere groep of gemeenschap was altijd en overal vrij het wapen van zijn keuze aan te nemen en daar een privaat gebruik van te maken; de enige voorwaarde was dat men geen inbreuk pleegde op andermans rechten.
In de 15de eeuw was dit principe van vrij gebruik de algemene regel in de Bourgondische staten en in de rest van Europa. Iedereen mocht dus wel een wapen voeren, maar dat wilde niet zeggen dat iedereen dat ook daadwerkelijk deed. Over het algemeen deden de hogere klassen van de maatschappij dat wel, maar dit werd zeldzamer naarmate men de sociale ladder afdaalde. Eigenlijk is het hier niet mogelijk cijfers of procenten te geven. Ten hoogste kan men de nadruk leggen op sterke regionale verschillen: rond 1500 voerde ongeveer 10% van de mannen een wapen in Vlaanderen, Brabant, Henegouwen, Artesië, Beieren, Elzas, de Zwiterse kantons, Toscane en Tirol, maar dit cijfer daalt tot minder dan 1 % in de Provence, Aquitanië, Portugal, Polen en Scandinavië.
Deze kwantitatieve schattingen zijn vooral ingegeven door het getuigenis van zegels (drie op vier wapens kennen we door het zegel) en door dit van wapenboeken.


De wapenboeken

Deze verzamelingen, waarin de wapens getekend en geschilderd of beschreven zijn, zijn talrijk in de 15de eeuw. Zij bevatten de wapens van een leengoed, van een streek, een koninkrijk, zelfs van de christenheid in haar geheel. Soms is de inhoud niet geografisch bepaald, maar gebonden aan een gebeurtenis (toernooi, militaire campagne, beleg van een stad, een vredesverdrag, een concilie) of aan een instelling (wapens van de leden van een ridderorde, van een broederschap, van een opgericht genootschap). Verschillende types van deze wapenboeken worden in groot aantal gekopieerd en geschilderd in de Bourgondische Nederlanden in de 15de eeuw. Het meest bekend en meest spectaculaire wapenboek, le Grand armorial de l’Europe et de la Toison d’or, was een soort algemeen wapenboek van de Christenheid, dat in 1435-1436 in Rijsel in het net uitgeschreven en geschilderd werd. Daarvan werden meerdere exemplaren vervaardigd, maar slechts één - beschadigd - is bewaardgebleven. Het bevat de wapens van 749 families of individuen, afkomstig uit geheel Europa, alsmede 79 prachtige ruiterportretten van verscheidene belangrijke personages (koningen, hertogen, graven) en van de ridders van het Gulden Vlies. De stijl van die schilderkunst is bewonderenswaardig en getuigt van de elegantie, de vindingrijkheid en de volwassenheid van de heraldische kunst in de Zuidelijke Nederlanden op het einde van de Middeleeuwen.
Naast de zegels en de wapenboeken zijn er nog andere bronnen om de wapens van de 15de eeuw in de Zuidelijke Nederlanden te leren kennen en te bestuderen. De lijst is te lang: literaire teksten, kronieken en verhalen, munten, penningen en medailles, geschilderde panelen en decors, beeldhouwwerken, grafmonumenten, glasramen, wandtapijten, goudsmeedwerken, glazuurstukjes, kunstwerken en allerhande voorwerpen, waarbij eerst en vooral aan boeken moet worden gedacht. Als identiteitstekens, eigendomsmerken en siermotieven vinden de wapens hun plaats op veel dragers. Dit hoogtepunt in de geschiedenis van de heraldiek behoort tot het domein van zowel de sociale geschiedenis als van de artistieke schepping, de intellectuele activiteit en de materiële cultuur.

Een nieuwe emblematiek

Het klassiek heraldisch systeem, dat in het feodale tijdperk ontstond en aan het einde van de 13de eeuw tot volle ontplooiing gekomen was, begint te verstarren in de daarop volgende eeuw en ondergaat nadien de concurrentie van nieuwe emblemen. Het wapen, dat een aanzienlijke rol blijft spelen, vertolkt niet meer de persoonlijkheid van de drager, maar slechts zijn identiteit, de familiale of feodale groep waartoe hij behoort, soms zijn plaats te midden van die groep, zijn rang, zijn ambt, zijn titels, zijn aanzien. Vandaar het verschijnen van soepeler soorten emblemen, levendiger, losser waarbij ieder individu naar eigen believen zijn karakter, zijn aspiraties, zijn ambities kan uitdrukken. Deze nieuwe symboliek manifesteert zich voor eerst door het gebruik door vorsten en vorstessen van geïsoleerde figuren (dieren, planten, voorwerpen) die verschillen van deze in hun schild. Die persoonlijke emblemen – in Frankrijk en Engeland badges of devises genoemd – dienen zowel als privé-handtekening, als speels merkteken, als bezittersmerk, en, vooral in periodes van politieke troebelen als herkenningsteken of als verzamelingsteken voor de volgelingen van de vorsten. De compositie of de kleuren van deze deviezen waren niet scherp bepaald zoals dit wel het geval was voor de wapens zelf. Daarenboven kon eenzelfde persoon, tegerlijkertijd of achtereenvolgens, meerdere deviezen gebruiken, en kon hetzelfde beeld dient doen als devises voor meerdere personen. Langzaamaan ontstond de gewoonte om deze devises te voorzien van een woord of een kort zinsdeel dat het beeld aanvult of uitlegt.



 

Langs alle kanten wordt het traditionele wapen vervangen, aangevuld, beconcurreerd door nieuwe symbool-formules die soepel en voorbijgaand zijn; hun gebruik wordt bevorderd door het in het hofmilieu heersend formalisme, door de politieke betrekkingen en door het dynamisme van de artistieke schepping.

Wapens en emblemen in het handschrift

Die levendige belangstelling voor herkennings- en onderscheidingstekens verklaart waarom heraldiek en emblemen beide in de verluchte handschriften te vinden zijn, soms zelfs op een opzichtige manier.
Eerst en vooral in de vorm van een wapen op het hele blad, al dan niet omgeven door andere, kleinere wapenschilden; of geschilderd bovenaan het blad, of onderaan of op de vier hoeken tegelijkertijd, of nog in de kantlijnen, in de omlijsting, in de initialen, zelfs ‘verborgen’ in de tekst. Of nog onder vorm van geïsoleerde symbolen, van devises, van een onderscheidingsteken middenin een sierletter, of vastgehouden door groteske of andere personages, zelfs door authentiek heraldische dieren. En tenslotte onder vorm van woorden of zinsneden geschreven boven of onder het wapen of bovenaan het folio, of telkens herhaald op iedere bladzijde zoals een kolomtitel. Soms gaan de kunstenaars zover de wapens en de emblemen van de opdrachtgever of van de bestemmeling binnen in de miniatuur te brengen als een onderdeel van de compositie of simpelweg ondergebracht in een scène.

Wapens en emblemen van de hertogen van Bourgondië

In de 15de eeuw bereikt deze heraldische en emblematische uitbundigheid haar hoogtepunt aan het Bourgondische hof. Het is het hof dat de stijl op gang brengt, dat het protocol bepaalt, de wellevendheid normeert. Wapenschilden en -spreuken worden onafgebroken opgevoerd en vormen een essentieel bestanddeel van de hofrituelen en de hofestetiek. In de loop van enkele decennia spelen de wapenherauten, de profesionals op het gebied van wapen en etiquette, een steeds grotere rol in het leven van de vorst en van het hof, in het decor, de feesten, de plechtigheden en alles wat te maken heeft met het uiterlijk vertoon. De hertogen zelf evenwel vormen het voorbeeld: zij zijn uit op het prestige en de juistheid van hun wapens, zij omringen zich met kunstenaars en geleerden om hun spreuken te vormen en hun emblemen te groeperen. Daarvan zijn sommige duurzaam, andere kortstondig, maar alle zijn het propaganda-middelen, instrumenten om te regeren.