Vlaamse Miniaturen

De bibliotheek van de hertogen van Bourgondië

Naar Thierry Delcourt. Volledige tekst in de catalogus van de tentoonstelling.

 

De Bourgondische hertogen uit de dynastie van de Valois hielden vanaf het begin een rijke bibliotheek in stand. Van de handschriften, die overwegend Franse teksten bevatten, was ongeveer de helft verlucht. De librije was samengesteld naar het voorbeeld van de bibliotheek van koning Karel v in het Louvre en telde bij de dood van Karel de Stoute in 1477 ongeveer duizend titels, sommige op papier, andere op perkament. De eerste waren meestal voorbereidende versies voor meer luxueuze exemplaren die op perkament werden gekalligrafeerd, om vervolgens aan de meest getalenteerde verluchters te worden toevertrouwd. De hertogen Filips de Stoute (1363-1404), Jan zonder Vrees (1404-1419) en − tot circa 1440 − ook Filips de Goede (1419-1467) interesseerden zich voor het werk van Franse auteurs en bevoorraadden zich bij de Parijse boekverkopers. Zo werd de librije van Bourgondië verrijkt met de Livre de la Cité des dames van Christine de Pizan, die kort na 1405 in Parijs werd gekopieerd en verlucht (Brussel, KBR, ms. 9393), en met de vertalingen in het Frans van het werk van Boccaccio. De hertogen trokken ook grote Parijse kunstenaars aan, zoals de Boucicautmeester of de Meester van Bedford voor de Livre des merveilles van Marco Polo (Parijs, BNF, ms. fr. 2810). Dit belette hen niet om ook een beroep te doen op nieuwe talenten die van elders kwamen: in 1401 bestelde Filips de Stoute te Parijs een monumentale Bible moralisée, waarvan hij de verluchting echter toevertrouwde aan de gebroeders van Limburg (Parijs, BNF, ms. fr. 166). Jan zonder Vrees en Filips de Goede hadden als ‘boekhandelaar’ Guillebert de Mets († na 1434), die als kopiist en hotelier in het Vlaamse Geraardsbergen werkte. Hij kopieerde een exemplaar van de Franse vertaling van de Decamerone van Laurent de Premierfait (Parijs, Arsenal, ms. 5070), een handschrift met een Lucidaire en de Roman de Sidrac (Den Haag, KB, ms. 510), en vooral − in 1434 − een Description de la ville de Paris et de l’excellence du royaume de France (Brussel, KBR, ms. 9559-64).


Sommige handschriften van Jan zonder Vrees waren afkomstig uit de bibliotheek van Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen. Andere waren nieuwjaarsgiften van zijn ooms, met name van Jan van Berry. Net als zijn opvolger kocht hij echter ook rechtstreeks handschriften aan bij de Parijse boekverkopers. Het gebeurde bovendien dat de auteurs zelf hun werk schonken om de verspreiding ervan te verzekeren en om in ruil enkele voorrechten te krijgen. Zo gaf Christine de Pizan haar Livre de la mutacion de Fortune (Brussel, KBR, ms. 9508) in januari 1404 als nieuwjaargeschenk aan Filips de Stoute. Daarna schonk ze hem de Livre du chemin de long estude (Brussel, KBR, ms. 10982-83), de L’Avision Christine (Brussel, KBR, ms. 10309) en de Livre des fais d’armes et de chevalerie (Brussel, KBR, ms. 10476), alle geheel of gedeeltelijk autograaf. Later kwam Filips de Goede, door schenking, legaat of aankoop, in het bezit van handschriften van sommige verzamelaars uit zijn entourage. Zo treffen we in de inventaris van de hertogelijke bibliotheek uit 1467-1469 een exemplaar aan van de Trésor van Brunetto Latini, dat rond 1420-1430 werd gekopieerd en verlucht voor een heer uit Doornik, Pierre de Hauteville (Brussel, KBR, ms. 10386), of ook nog een verzameling handschriften afkomstig uit de bibliotheek van Jean de Wavrin uit Rijsel, die nochtans na de hertog overleed.

Vanaf 1440 deed Filips de Goede pogingen om ten overstaan van de koning van Frankrijk een autonoom vorstendom uit te bouwen door het oude koninkrijk Bourgondië te herstellen. Hij droomde eveneens van een kruistocht tegen de Turken, die in 1453 Constantinopel hadden ingenomen. Het ‘Banquet du Faisan’ te Rijsel in 1454 bood de gelegenheid om de belangrijke vazallen van de hertog van Bourgondië de eed te laten afleggen om op kruistocht te gaan met het oog op de bevrijding van Constantinopel. De literatuur krijgt in dit opzet een bevoorrechte rol in de propagandavoering toebedeeld. Dit komt zowel tot uiting in prozabewerkingen van chansons de geste en ridderromans, als in oude kronieken of in originele creaties, zoals de Histoire des trois fils de Rois of de Chronique de Naples, die David Aubert in 1463 voor Filips de Goede kopieerde (Parijs, BNF, ms. fr. 92). In deze context richtten Filips de Goede en Karel de Stoute (1467-1477) zich bij het verrijken van hun bibliotheek bijna uitsluitend op de Zuidelijke Nederlanden. Ze deden er een beroep op auteurs, vertalers, kopiisten en, uiteraard, op verluchters, waaronder er wel enkele kunstenaars te vinden zijn die, zoals Philippe de Mazerolles, afkomstig waren uit Frankrijk en zich vervolgens in de Zuidelijke Nederlanden hadden gevestigd.


Een literatuur onder invloed van buiten

Deze motieven van politieke aard waren er ongetwijfeld de oorzaak van dat de Franse literaire teksten uit de Bourgondische bibliotheek, ondanks hun aanzienlijk aantal, slechts tot een beperkt aantal genres behoren en dat deze tendens zich vanaf de regering van Filips de Goede heeft versterkt. Behalve sommige eigentijdse teksten, voornamelijk van didactische of religieuze aard, gaat het vooral om reisverhalen en werken met betrekking tot de kruistocht naar het Oosten, om antieke of Arthuriaanse ridderromans, om prozabewerkingen van chansons de geste verbonden met het verre verleden van het koninkrijk Bourgondië, en om regionale kronieken.

Op het einde van de middeleeuwen waren ridderromans bij de aristocratie erg in trek. Op dit vlak verschilden de hertogen van Bourgondië en hun entourage niet van hun West-Europese tijdgenoten. In Bourgondische kringen had deze literatuur evenwel een vrij bijzondere ideologische connotatie, die een vorm van propaganda benadert. Op het ogenblik van de Turkse opmars in Europa werden immers teksten geschreven waarin de strijd tegen de Turken ten tonele werd gevoerd en waarin de politieke en territoriale ambities van deze laatsten werden ontsluierd. De romanhelden waren inderdaad afkomstig uit dezelfde vorstendommen als de lezers en hun actieterrein lag vaak in het Oosten.

Gedurende bijna een halve eeuw kende de librije van Bourgondië een ongeëvenaarde glorietijd. Dit blijkt zowel uit de teksten die zij bevatte als uit de pracht van de handschriften die er werden bewaard. Op dat ogenblik kon geen enkele vorstelijke bibliotheek zich met haar meten. In eerste instantie was ze de bewaarplaats van kostbare handschriften, maar ze werd ook gebruikt voor ideologische en politieke doeleinden, waarbij ze werd ingezet bij de propaganda tot eer en glorie van de hertogelijke dynastie. De dood van Karel de Stoute onder de muren van Nancy in januari 1477, maakte een brutaal einde aan de droom, belichaamd door de literaire keuzes van de hertogen, om een groot vorstendom uit te bouwen tussen het koninkrijk Frankrijk en het Duitse keizerrijk. De librije van Bourgondië blijft de enige getuige van deze ambitie...